NIJKERK - De rechtbank veroordeelt een 36-jarige vrouw uit Arnhem en een 54-jarige vrouw uit Amersfoort voor vernielingen rondom protestacties bij het Israël Centrum Nijkerk en het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) in Den Haag. De 36-jarige vrouw krijgt een geldboete van 500 euro, waarvan 200 euro voorwaardelijk, terwijl de 54-jarige vrouw een geheel voorwaardelijke geldboete van 200 euro moet betalen.

Op 7 juli 2024 vond er een Pro-Palestina demonstratie bij het Israël Centrum in Nijkerk. Een 36-jarige vrouw uit Arnhem en een 54-jarige vrouw uit Amersfoort besmeurden de toegangsdeuren van het Israël Centrum met rode krijtverf waarbij grote kruizen op de toegangsdeuren zijn gezet. Verder werd lijm in het slot gespoten en werden twee camera’s met krijtverf bespoten. De twee vrouwen deden dit als symbolische actie om aan de gebruikers van het Israël Centrum te laten voelen wat de inwoners van Palestina - waarmee zij met name doelen op, zo begrijpt de rechtbank , de Westelijke Jordaanoever - dagelijks voelen wanneer zij niet naar hun eigen woning kunnen. Ze plakten daarom ook pamfletten op de ramen geplakt met de tekst ‘Ingenomen door kolonisten’.

Het dichtgelijmde slot moest worden vervangen, waardoor sprake was van vernieling. De overige eigendomsaantastingen waren grotendeels gemakkelijk te herstellen. Desondanks vindt de rechtbank dat sprake is geweest van een verstoring van het gewone leven die verder is gegaan dan wat met het oog op het demonstratierecht nog als acceptabel moet worden gezien. De rechtbank weegt daarin mee dat het doelwit van de demonstratie een organisatie is die een politieke positie in het conflict vertegenwoordigt.

In een democratische rechtsstaat heeft ook de aangevallen organisatie recht op een mening en mag die mening worden uitdragen. De vrouwen hebben door op deze wijze de toegang tot het gebouw tijdelijk te belemmeren doelbewust de gebruiksmogelijkheden van het gebouw beperkt. De rechtbank oordeelt dat de inperking van het demonstratierecht in dit geval noodzakelijk was in een democratische samenleving.

Nieuwe protestactie Israël Centrum Nijkerk

Op 21 maart 2025 vond opnieuw een demonstratie plaats bij het Israël Centrum in Nijkerk. De vrouw uit Arnhem was hier opnieuw bij betrokken. Tijdens deze demonstratie werd een Israëlische vlag bespoten met rode verf.

Ook in dit geval is de rechtbank van oordeel dat de inperking van het demonstratierecht noodzakelijk was in een democratische samenleving. Er is sprake van onherstelbare schade en de vlag moest worden vervangen. Dit feit heeft een bijzondere politieke maar ook psychologische en emotionele lading. De rechtbank oordeelt dat actievoeren ten behoeve van de Palestijnse burgers die worden onderdrukt door het huidige Israëlische bewind is toegestaan, maar dat de actievoerders daarbij ook rekening dienen te houden met bijzondere gevoeligheden. De protestactie is daarmee de grenzen van het toelaatbare te buiten gegaan.

Protestactie CIDI Den Haag

Vanuit solidariteit naar een demonstrant die op 23 februari 2025 voor de rechtbank moest verschijnen, besmeurde de 36-jarige verdachte de ramen van het CIDI in Den Haag met ketchup. Ondanks dat dit gemakkelijk schoon te maken was, is de rechtbank van oordeel dat gesproken kan worden van laakbaar gedrag, waardoor de rechtbank tot de conclusie komt dat de inperking van het demonstratierecht noodzakelijk was in een democratische samenleving.

(Deels) voorwaardelijke geldboetes

De rechtbank oordeelt dat de demonstraties een verdergaande verstoring van het dagelijkse leven hebben opgeleverd dan in het kader van het demonstratierecht is toegestaan en dat daarmee sprake is geweest van strafbare feiten. Bij het opleggen van de straf houdt de rechtbank rekening met de aard, de ernst en de impact van de feiten en het ‘chilling effect’ dat een strafrechtelijke sanctie kan hebben.