DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft geldboetes geëist tegen twee vrouwen die verdacht worden van diverse vernielingen. Het gaat om een 36-jarige vrouw uit Arnhem en een 54-jarige vrouw uit Amersfoort. Tegen de eerste van hen is een geldboete geëist van 800 euro, waarvan 300 voorwaardelijk en tegen de tweede een onvoorwaardelijke geldboete van 300 euro. De vernielingen zouden gepleegd zijn om een boodschap van protest over te brengen, maar het OM vindt dat er een grens is overschreden. “Misdrijven zoals vernielingen hebben niets met het recht op demonstreren te maken.”

Samen zouden de vrouwen op 7 juli 2024 een pand in Nijkerk en vervolgens een pand in Soest hebben vernield. Dit deden ze door de panden en de omgeving daarvan te bekladden met verf en door lijm in het slot van een deur te spuiten. De 36-jarige vrouw uit Arnhem wordt daarnaast verdacht van de vernieling van een fontein in Arnhem op 15 mei 2024, door een kleurstof door het water te mengen, van een tweede vernieling aan hetzelfde pand in Nijkerk op 21 maart 2025 en van een vernieling aan een pand in Den Haag op 23 februari 2026.

Beide verdachten verklaren dat deze vernielingen zijn gepleegd uit protest en ter uitoefening van hun demonstratierecht. Desondanks beoordeelt het OM hun gedragingen als strafbaar. “Het uitgangspunt van het Openbaar Ministerie is dat het demonstratierecht in beginsel niet onbegrensd is en onder omstandigheden strafrechtelijke vervolging openstaat”, legt de officier van justitie uit. “Demonstreren en je mening uiten is een grondrecht dat bescherming verdient, maar het is geen vrijbrief voor het plegen van strafbare feiten.”

“We hebben het hier niet over enige overlast, die bij een protest soms onvermijdelijk kan zijn”, vervolgt de officier van justitie. “Het gaat om het opzettelijk beschadigen van eigendommen van anderen.” Daarbij is sprake van aantoonbare financiële schade. Zeker wanneer je er keer op keer voor kiest om opzettelijk strafbare feiten te plegen om een punt te maken, is vervolging passend om dit een halt toe te roepen. “Het gaat niet om de maatschappelijke inhoud van demonstraties en protestacties en het gaat evenmin om de maatschappelijke opvattingen of zorgen van de individuele demonstranten”, verduidelijkt de officier van justitie. “Voor het plegen van strafbare gedragingen is het demonstratierecht niet bedoeld.”

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.