De verdachten kwamen die avond op de begraafplaats bijeen, om naar eigen zeggen een ‘paranormaal onderzoek’ uit te voeren. Ze maakten hierbij gebruik van meegebrachte meetapparatuur en kattenspeeltjes, zoals lichtgevende balletjes. De balletjes en apparaten werden verspreid op en tussen de graven waarna verdachten vragen stelden aan overledenen. In één geval klemden ze een balletje tussen de letters op een grafsteen. De verdachten deden hun ‘onderzoek’ bij graven van zowel volwassen als kinderen.
Diverse nabestaanden deden aangifte nadat op de begraafplaats een camera werd gevonden. Op die camera stonden beelden van de paranormale sessie. De beelden leidden tot de identificatie van één verdachte. Zij heeft volgens het OM zeer weinig inzicht willen geven in wat er de betreffende avond is gebeurd. Doordat grafschennis onder een categorie misdrijven valt waar maar beperkte opsporingsmiddelen voor kunnen worden ingezet, ging het vervolgonderzoek mede daardoor moeizaam. Uiteindelijk kon in 2024 een telefoon in beslag worden genomen. Op deze telefoon zijn chats aangetroffen waardoor de drie andere verdachten zijn geïdentificeerd. Het gaat om chats waarin de vrouwen hun bezoek aan de begraafplaats planden en waarin zij elkaar achteraf aanspoorden vooral niet naar buiten te treden over wat er die avond was gebeurd.
Nagedachtenis gekrenkt
Die houding van de verdachten tijdens het onderzoek heeft volgens de officier van justitie geleid tot extra pijn bij de nabestaanden. Zij bleven lang in onzekerheid over wat er precies was gebeurd en of de verdachten ook aan het graf van hún dierbare hadden gezeten. De impact op de hen is nog steeds groot. Minstens tien nabestaanden hebben door de gebeurtenissen hun geliefden op een andere plek herbegraven. Door de verdachten is de nagedachtenis aan de overledenen ernstig gekrenkt.De officier van justitie neemt het de verdachten ook kwalijk dat zij hun ‘onderzoek’ enkel voor hun eigen plezier uitvoerden. De manier waarom de verdachten met de graven zijn omgegaan, gaat in tegen elk gevoel van respect, vindt hij. Op basis van de jurisprudentie kan het OM daarom alleen maar concluderen dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan grafschennis.
Verschillende eisen door verschillende rollen
Het OM heeft bij de strafeisen gekeken naar de rol van de verschillende verdachten.De twee hoogste strafeisen van 200 en 180 uur, zijn voor de 49- en 42-jarige verdachten. Zij zijn zowel bij de kinderbegraafplaats als bij de volwassenen geweest. De 49-jarige vrouw was tevens de organisator. Dat rekent het OM haar extra aan. De 37-jarige verdachte is enkel bij de graven van de volwassenen geweest, maar deed daar wel volledig mee aan het onderzoek. Zij hoort een straf van 120 uur tegen zich eisen. De laatste verdachte, een 81-jarige vrouw heeft gefilmd bij de kindergraven. Dat ziet het OM als medeplichtigheid aan grafschennis wat leidt tot een strafeis van 40 uur waarvan 20 voorwaardelijk. Voor de overige drie eisen geldt een voorwaardelijk deel van 40 uur.

12.0 ℃

































